• Speel mee en win de reis van de maand!

  • Wim Ballieu: de man die zijn volk gehaktballen leerde eten (en draaien)

  • Comfortabel op het potje...

  • Mark Jacobs: van ultieme luxe tot democratische frisdrank

  U bent hier  > Home

JOHAN HELDENBERGH: "IDEALISME WORDT VANDAAG WEGGEHOOND"

31/08/2012 - Tekst: Manu Adriaens - Foto's: Marc Masschelein

Johan Heldenbergh: "Idealisme wordt vandaag weggehoond"

Een man en een vrouw vechten na de dood van hun kind voor hun relatie. Drie seizoenen lang was de muzikale theaterproductie ‘The Broken Circle Breakdown featuring The Cover-Ups of Alabama’ met groot succes in Vlaanderen te zien. Vanaf oktober is er ook de film. Johan Heldenbergh speelt opnieuw de mannelijke hoofdrol.


Wanneer wist je: hier zit ook een film in?
Johan Heldenbergh: “Eigenlijk al toen ik samen met actrice Mieke Dobbels de theaterversie van ‘The Broken Circle Breakdown’ aan het ontwikkelen was. Het had meteen iets heel filmisch: die twee Vlaamse cowboys met hun verhaal, gedrenkt in countrymuziek. Tegelijk was ik me er goed van bewust dat, als het ooit verfilmd zou worden, we niet in de val mochten trappen van het melodrama. Met andere woorden: het mocht geen ‘Dallas’ of ordinaire Amerikaanse weekendfilm worden. In eerste instantie dacht ik als regisseur aan Jan Matthys, bekend van onder meer ‘De Smaak van De Keyser’. Maar op een dag zat Felix Van Groeningen in de zaal. Met hem had ik al gewerkt in ‘Steve + Sky’ en ‘De Helaasheid Der Dingen’. Felix is nog een paar keer komen kijken en toen kreeg ik een telefoon van hem: “Johan, ik weet wat mijn volgende project wordt...” Tja, als de interessantste Vlaamse filmregisseur van dit moment je belt met de mededeling dat hij je toneelstuk wil verfilmen, zeg je niet nee. Het is alsof je als vader van een autistisch kindje te horen krijgt dat het naar de universiteit mag. Waarmee ik gewoon wil zeggen: vanuit de visie van een filmmaker is toneeltaal in wezen vrij autistisch.”

Het staat me bij dat even overwogen is met ‘The Broken Circle Breakdown’ als theaterproductie ook naar het buitenland te trekken. “Misschien eindigen we zelfs in Nashville”, liet je je ooit ontvallen.
“Meer dan een dromerige denkpiste is dat toch niet geweest. Nils De Caster, de violist die ook in de film meedoet, had samen met Bruno Deneckere een tourneetje in Texas gedaan. Nils zei: “Ik ken daar wel iemand die iets voor ons kan regelen.” Maar ik vond dat het na 130 voorstellingen in Vlaanderen genoeg was geweest. We konden trouwens ook naar Frankrijk trekken, er lag al een Franse vertaling klaar. Alleen, ik speel liever in Baardegem en Zwevezele dan in Parijs. Dat méén ik, hoor. Wat moet ik in Parijs gaan doen? Daar zitten in de zaal dezelfde mensen die naar een Poolse voorstelling in de Singel in Antwerpen komen kijken. Ik maak liever iets waarmee ik mijn mémé, moeder en buren naar het theater krijg.”

Er zijn mannen en vrouwen die wel vijf keer een voorstelling van ‘The Broken Circle Breakdown’ hebben bijgewoond. Wat doet dat besef met de maker?
(glimlacht) “Het zadelt hem vooral op met een midlifecrisis. Ik heb het gevoel dat ik nooit meer iets beters op scène kan brengen. Nu ja, die midlifecrisis uitte zich jaren geleden al: een man die rond z’n veertigste ineens banjo en gitaar wil leren spelen, dat is verdacht. Aangezien ik niet de behoefte voel om me sneller te verplaatsen, was een motor geen optie. Dus werd het maar de banjo en gitaar.”

Met Joke Devynck heb je drie kinderen. Zijn ook zij muzikaal?
“Ze volgen alvast notenleer. Dat heb ik zelf namelijk nooit gedaan, wat ik nu een gemis vind. Dus zeg ik tegen mijn kinderen: “Er is maar één ding dat jullie moeten doen voor papa en dat is notenleer volgen.” Oké, ze moeten ook naar school, maar dat is een verplichting van de staat, niet van mij.”

En wat moeten ze van mama?
“Niks. Joke is meer van het principe: “Een kind mag eerst zijn eigen talenten laten bovenkomen en daarna moet je het daarin begeleiden.” Daar zit natuurlijk ook veel waarheid in. Maar wat die notenleer betreft, ben ik dus van de dwingende hand. Ik denk dat de kans groter is dat mijn kinderen me later daarvoor dankbaar zullen zijn dan dat ze me erom zullen haten.”

Terug naar de film ‘The Broken Circle Breakdown’. Het opvallendste verschil met de theaterproductie is dat het vrouwelijke hoofdpersonage Alabama nu niet wordt gespeeld door Mieke Dobbels, maar door Veerle Baetens.
“Laat één ding vooropstaan: ik heb in het theater nooit met iemand zo graag samengewerkt als met Mieke. Dat was ook al zo in de productie ‘Trouwfeesten en processen’ van Compagnie Cecilia. Ik noem Mieke dan ook nog altijd mijn theaterlief. Maar Felix Van Groeningen heeft de rechten voor de film gekocht en daarmee ook de vrijheid om zijn eigen artistieke keuzes te maken. Mieke is professioneel genoeg om dat in te zien. Kijk, Felix wilde gewoon een andere soort Alabama dan in de theaterversie. Het moest voor hem een stouter, meer venijnig type worden. Een vrouw die niet alleen voor voldoende tegengewicht zorgt voor het geroep van mijn personage, maar die zelfs bijwijlen het laken naar zich toetrekt. De Alabama in het theater had meer iets van: “Ik wil me amuseren, ik wil nog eens lachen...” Doordat ik nu met een andere Alabama te maken had, zorgde dat ook deels voor een andere invulling van mijn rol. Mijn geschreeuw heeft er een andere kleur en intensiteit door gekregen.”

 

Losers bestaan niet

Dit was de derde maal dat je door Felix Van Groeningen voor een film werd geregisseerd. Het voelde dus meteen vertrouwd aan?
“Met die nuance dat het uitgangspunt nu toch anders was: het ging om een verhaal waarvan ikzelf mee aan de basislag. Ik heb er een punt van gemaakt me niet te bemoeien met de ingrepen die Felix als regisseur wilde doorvoeren. En toen ik het eindresultaat zag, was ik heel blij dat ik hem zijn gang had laten gaan. Ik zou het anders misschien verkloot hebben.”

Wat heeft je het meest verrast bij de eerste visie?
“De impact van de muziek als drager van de emotie in deze film. Inclusief de kracht van de stilte. En verder verbaas ik me erover met hoe weinig woorden Felix het verhaal vertelt, terwijl alles er toch in zit – wat uiteindelijk de ware kunst van de cinema is. In het theater hadden wij veel meer tekst nodig.”

De Vlaamse film kent momenteel een hausse. Heb jij er een verklaring voor?
“Er zijn meerdere factoren die een rol spelen. Niet onbelangrijk is zeker de invloed van het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF), dat er in slaagt keuzes te maken waarin commerciële kracht en kunstzinnigheid allebei hun plaats hebben. Daarnaast zie je ook hoe onze filmregisseurs en cameramannen steeds beter de knepen van het vak leren, al was het maar door de kans die ze grijpen om in het buitenland commercials te draaien. Maar de belangrijkste reden – in mijn ogen toch – is dat men intussen gelukkig is afgestapt van de rigide regels die vroeger bij de openbare omroep schering en inslag waren. Vandaag worden verhalen verfilmd die dicht bij de mensen liggen, maar die tegelijk meer om het lijf hebben dan het ‘FC De Kampioenen’-gehalte. Eigenlijk doen jonge filmmakers als Felix Van Groeningen, Christophe Van Rompaey en Michael R. Roskam wat in het theater al veel langer gebruikelijk is. Ze hebben daar hun ogen en oren goed de kost gegeven, waarna ze die Vlaamse golf naar de film hebben doorgetrokken. Of kijk naar het televisielandschap, waar ‘Zone Stad’ toch veel authentieker overkomt dan ‘Flikken’, mede omdat het gebruik van de standaardtaal geen heilige koe meer is. De grote verhalen van het gewone volk zijn nu mogelijk in een waarachtige taal.”

Word jij steeds meer aangetrokken door film als medium om je in uit te drukken? Ik vraag het je, omdat het misschien minder zwaar is dan avond na avond op een scène te moeten staan.
“Ach, dat ’s avonds spelen is niet de grote inspanning van theater. Nee, het is de investering vooraf. De druk om een even goede productie te creëren als de vorige. Tot nu toe is me dat iedere keer gelukt. Volgens de wetten van de statistiek moet die tegenvaller er dus op een dag komen. En hoezeer gewaardeerde collega’s me ook op het hart drukken dat af en toe eens falen een recht is: ik wil dat gewoon niet! Ik wil niet met iets op de scène verschijnen waarover ik zelf niet helemaal tevreden ben. Die permanente druk – in combinatie met de vermoeidheid na het maken van de film ‘Schellebelle 1919’, waarin ik mijn hele ziel en zaligheid had gestoken – zadelde me op met een burn-out. Van januari tot mei dit jaar heb ik echt diep gezeten. Ik dacht dat ik nooit meer iets fatsoenlijks zou kunnen maken. En ik was in die maanden ook geen attente papa en echtgenoot.”

Wat heeft je er bovenop geholpen?
“Rust. En de rust durven toelaten. Wat ook fijn was: ik heb gedurende enkele weken als coach meegewerkt aan de kindervoorstelling ‘Duikvlucht’ van Studio Orka. De haren op mijn armen kwamen er weer van recht. Ik wist: mijn creatieve impulsen zijn nog niet dood.”

Begin november gaat bij Compagnie Cecilia je stuk ‘Giovanni’ in première. Daarin regisseer je drie actrices.
“Je kent het tragische verhaal van Jean-Pierre Monseré, de Roeselaarse wielrenner die als wereldkampioen in 1971 verongelukte, toen hij tijdens een wedstrijd tegen een wagen reed? Vijf jaar later kwam zijn zoontje Giovanni op een kinderfietsje op dezelfde manier om het leven. ‘Belga Sport’, de documentairereeks van Canvas, wijdde er een aflevering aan. Het meest pakkende beeld daarin vond ik de drie vrouwen samen aan tafel: de grootmoeder van Giovanni en zijn twee tantes. Dat is het uitgangspunt geworden voor de voorstelling. Maar tijdens het schrijfproces ontstond een verhaal dat zich steeds verder verwijderde van het oorspronkelijke gegeven.”

Wat heb jij met wielrennen?
“In 1976 was ik negen. Dat jaar behaalde Lucien Van Impe de eindzege in de Tour, maar ik was veel meer gefascineerd door Freddy Maertens, die de ene rit na de andere won. Ook later ben ik hem altijd met grote sympathie blijven volgen: zijn wegdeemsteren à la Frank Vandenbroucke, zijn memorabele comeback in de Tour en het WK van 1981, en dan weer de afgang... Geef mij maar zulke mensen van vlees en bloed – het soort renners waar peloton en pers graag een beetje schamper over doen – in plaats van een schijnbaar perfect afgestelde machine als Lance Armstrong.”

Hoe moeilijk is het voor een gevoelsmens als jij om zich te handhaven in deze tijden van meritocratie, waar de winnaars de minder fortuinlijken beschuldigend aankijken met een blik van: “Dat hebben jullie uitsluitend aan jezelf te danken!”
“Zal ik je eens iets zeggen? Bij ons thuis is het verboden om het woord ‘loser’ uit te spreken. Ik wil dat niet uit de mond van een van mijn kinderen horen. Omdat ik ervan overtuigd ben: losers bestaan niet, iedereen wordt geboren met minstens één uitzonderlijk talent. En waar ik ook erg in geloof: je moet chance hebben in het leven, bijvoorbeeld met je genetische codes. Ook daarover gaat het in ‘Giovanni’. Ik wil schoppen tegen de tijdsgeest van vandaag, waarin het idealisme wordt weggehoond en de sukkelaar wordt nagekeken. Een wereld waar alleen je bankrekening je identiteit bepaalt en waarin de termen ‘kunstenaar’ en ‘intellectueel’ scheldwoorden zijn. Men laat toe dat het culturele landschap wordt verwoest door het weghakken van subsidies, in Nederland zelfs nog meer dan bij ons. Wel, zoiets moet verkeerd aflopen, op alle vlakken. Een volk dat zoiets tolereert, is tot armoede gedoemd.”

 

 

 



  U bent hier  > Home